
Albert de Vroome is geboren op 10 december 1917 in Meppel. Hij was de zoon van Matthijs de Vroome en Sjoukje Pals. Als beroep was hij typograaf.
Als dienstplichtig soldaat maakte hij onderdeel uit van de eerste Compagnie van het derde Bataljon van het Regiment Grenadiers.
Op het moment dat de Duitsers massaal naar beneden kwamen had Grenadier Albert de Vroome al 48 uur dienst gedaan. Niettemin meldde hij zich aan voor een verkenningstocht rond het vliegveld toen zijn commandant twee vrijwilligers vroeg. Zijn commandant vroeg waarom hij zich vrijwillig opgaf waarop hij antwoordde: “Mijn leven is minder belangrijk dan dat van mijn getrouwde makkers”. Samen met zijn kameraad uit Katwijk, Grenadier Klem van de Meij, ging hij op weg. Door het onophoudelijke vuur van de Duisters verloren de beide grenadiers elkaar uit het oog. Van der Meij werd getroffen in hand en been en kwam in een sloot nabij de boerderij Johannahoeve terecht. Grenadier de Vroome vond hem terug, haalde zijn noodverband tevoorschijn om hem te helpen en net toen hij zijn makker wilde verbinden werd hijzelf in het hoofd getroffen door een granaatscherf. Hij is gesneuveld door een granaatverwonding. Om 7:00u s’-ochtends werd zijn levenloze lichaam aangetroffen door een patrouille.
Albert de Vroome is op 13 mei 1940 op de Algemene Begraafplaats te Rijswijk in het massagraf begraven. Op 7 mei 1941 is hij herbegraven op de Algemene Begraafplaats te Rijswijk onder het Monument Eregraf-Graf.
Postuum werd hem het Bronzen kruis toegekend: “De Vroome heeft zich door moedig optreden tegenover den vijand onderscheiden bij het vrijwiilig deelnemen aan een gevaarlijke patrouille-onderneming naar de Johannahoeve nabij het vliegveld Ypenburg op 10 mei 1940; is daarbij gesneuveld”, (K.B. no. 2 van 6 mei 1946, 1612).
Ook werd hem het ‘Oorlogherinneringskruis met de gesp Nederland mei 1940’, postuum toegekend.
Zie ook voor uitvoerige informatie over Albert de Vroome: https://dodenboekgrenadiersenjagers.nl/vroome-de-albert/